De centrale examens zijn een landelijk ijkpunt en garanderen dat alle leerlingen op dezelfde manier beoordeeld worden. In Nederland vertrouwen we de correctie van de examens toe aan docenten. Ze mogen het werk van hun eigen leerlingen nakijken. Dit betekent wel dat ze een andere pet op moeten zetten dan gebruikelijk is, namelijk die van examinator in plaats van eigen docent van de leerlingen. Daarvoor moeten ze wel voorzien moeten worden van een eenduidig en gemakkelijk te hanteren correctievoorschrift. Deze handleiding heeft als doel een deel van de problemen die docenten ervaren bij het scoren van centrale examens op te lossen.
Meerkeuzevragen
Bij de centrale examens MVT is het merendeel van de vragen gesloten. De kandidaat moet de letter van het juiste antwoord op het antwoordblad of op de uitwerkbijlage omcirkelen. De docent vult de door de leerling gekozen letter in op het Wolf-formulier en de kandidaat krijgt vanzelf het scorepunt als het juiste antwoord gekozen is of geen scorepunt als er een fout antwoord gekozen is.
Als de leerling geen enkele letter heeft omcirkeld of juist meer dan één, dan vult de docent een N in. Voor de analyse is het namelijk ook belangrijk om te weten welke vragen niet, of niet op de juiste manier, beantwoord zijn. Daardoor kunnen we per meerkeuzevraag exact zien hoe vaak het juiste antwoord is gekozen, maar ook in welke mate er is gekozen voor afleiders. Deze informatie helpt bij de analyse van de vragen en het examen in zijn totaliteit achteraf. Het kan de N-term mede bepalen en de verworven inzichten helpen om toekomstige examens te verbeteren.
Let op: Als er geen officiële aanvulling is vanuit CvTE, dan is het docenten niet toegestaan om af te wijken van het beoordelingsvoorschrift.
Mochten er twijfels bestaan over de correctheid van een antwoord op een meerkeuzevraag, of er geconstateerd worden dat op inhoudelijke gronden een ander antwoord ook goed of wellicht zelfs beter is, dan kan hierover gemaild worden naar de Examenlijn.
NB: ‘deze vraag is te moeilijk’ of ‘mijn beste leerlingen maken deze vraag fout’ of ‘de vraag bevat woorden die te moeilijk zijn voor de doelgroep’ gelden niet als inhoudelijke argumenten. Als er bij een bepaalde vraag inderdaad sprake is van een ongewenste en significante tendens, dan zal dat in de data naar voren komen, juist als alle correctoren conform het voorschrift hebben gescoord. Opgaven met waardes waaruit blijkt dat er iets mis is met het item krijgen bij normeringsbesprekingen extra aandacht en kunnen aanleiding zijn voor normaanpassingen.
Beweringen
Bij beweringen of stellingen krijgt de kandidaat een serie beweringen die elk op zich beantwoord moeten worden. Het gaat om een samenhangende serie van meerdere tweekeuze-vragen. Soms moet men ‘wel’ of ‘niet’ antwoorden, andere keren gaat het om ‘juist’ of ‘onjuist’ of ‘ja’ of ‘nee’.
Het is de bedoeling dat via het beantwoorden van de examenvragen de kandidaten aantonen de tekst begrepen te hebben. Als een kandidaat duidelijk een goed antwoord genoteerd heeft, maar op een andere dan de gevraagde manier, dan is er nog steeds een correct antwoord gegeven en verdient de kandidaat bijbehorende scorepunt(en). Bijvoorbeeld: wanneer een kandidaat bij een examen Engels ‘true’ in plaats van 'wel’ heeft opgeschreven, mag dit worden goedgekeurd.
Onleesbare antwoorden of antwoorden die niet eenduidig te koppelen zijn aan een specifieke bewering, zijn echter niet te beoordelen en verdienen dus ook geen scorepunt(en).
Het antwoordblad van H/V examens bevat bij beweringenvragen veelal nummers, waarbij de kandidaten worden geacht zelf hun antwoord (wel-niet etc.) achter de nummers te zetten. Als deze voorgedrukte nummers zijn genegeerd, maar het antwoord is wel zodanig genoteerd dat geen twijfel is welk antwoord bij welke bewering is gegeven, dan mag het antwoord gescoord worden conform het CV.
Mochten er inhoudelijke twijfels zijn bij een bewering, dan kan er een mail worden gestuurd naar Examenblad.nl
Let op: Er moet worden gescoord zoals aangegeven op het correctievoorschrift, zolang er vanuit CvTE geen aanvulling wordt gedaan op het voorschrift.
Eigenhandig andere antwoorden goed rekenen en afwijkende scores toekennen is niet toegestaan en zit een eerlijke analyse en eventuele correctie na afname in de weg.
Combineervragen
Combineervragen zijn vragen waarbij uitspraken aan namen gekoppeld moeten worden, of waarbij een serie gaten met een beperkt aantal invulmogelijkheden moet worden ingevuld. Op het antwoordblad staan namen waarachter dan een nummer of een letter van een uitspraak of samenvatting gezet moet worden, of nummers van gaten waarachter dan letters van een serie te kiezen woorden achter gezet moeten worden.
Als de kandidaat in plaats van het nummer of de letter de uitspraak/naam/het woord zelf heeft opgeschreven, dan is er een te beoordelen antwoord gegeven. Het eerste doel is toetsen of er een juist antwoord op de vraag is gegeven. Het is van groter belang dat het antwoord correct is, dan dat de kandidaat zich aan noteer-instructies heeft gehouden. Spelfouten worden niet beoordeeld.
Let op: Er moet worden gescoord zoals aangegeven op het correctievoorschrift, zolang er vanuit CvTE geen aanvulling wordt gedaan op het voorschrift.
Mochten er inhoudelijke twijfels zijn bij een vraag, dan kan hierover worden gemaild naar de Examenlijn. Eigenhandig andere antwoorden goed rekenen en/of afwijkende scores toekennen is niet toegestaan.
NB: ‘de vraag is te moeilijk’ of ‘het is oneerlijk dat er zoveel gedaan moet worden voor zo weinig punten’ zijn geen inhoudelijke argumenten. Het examen bestaat bewust uit een mix van opgaven van verschillende aard en moeilijkheid. De gegevens van alle kandidaten worden nauwgezet geanalyseerd en als een opgave inderdaad te moeilijk is gebleken voor de kandidaten dan zal dat uit de gegevens blijken en van invloed zijn op de normering.
Citeervragen
Citeervragen zijn vragen waarbij de leerling gevraagd wordt aan te geven waar bepaalde informatie in een tekst is terug te vinden. Er zijn eigenlijk twee soorten citeervragen.
Als gevraagd wordt naar een zin, hoeft de kandidaat slechts de eerste twee woorden van deze zin te noteren. Er wordt gevraagd naar de eerste twee woorden om te voorkomen dat kandidaten veel tekst moeten overschrijven, wat onnodig veel tijd zou kosten tijdens de afname. Kandidaten die er voor kiezen toch een hele zin over te schrijven of meer dan de eerste twee woorden, uiteraard op voorwaarde dat het de juiste zin betreft, hebben een correct antwoord gegeven en verdienen het scorepunt. Indien er meerdere zinnen beginnen met dezelfde eerste twee woorden, wordt er gevraagd naar de eerste drie woorden.
Wat ook nog wel eens voorkomt is dat de kandidaten niet de eerste twee woorden van een zin citeren, maar het eerste en laatste woord van de zin. Als deze twee woorden nog steeds uniek zijn voor de bedoelde zin uit de tekst, dan is de juiste zin aangewezen.
Het komt voor dat het deel van de informatie waarnaar gevraagd wordt, pas verderop in een zin aan de orde komt. Sommige kandidaten kiezen er dan voor om de zin pas te citeren vanaf het inhoudelijk bepalende deel. Als we dit voorzien, dan zal dit in het CV ook als antwoordoptie zijn gegeven. Maar mocht dit niet al duidelijk zijn in het CV dan blijft dezelfde regel als hierboven gelden: als het zonder twijfel duidelijk is dat de correcte zin is aangewezen, dan verdient de kandidaat het scorepunt.
Het andere type citeervraag vraagt om een preciezer antwoord: een deel van een zin, een zinsdeel, een uitdrukking, een aantal woorden, een werkwoord, een term etc. Kenmerkend voor dit type citeervragen is nu juist de afbakening. Binnen een zin moet dan heel precies het relevante deel door de kandidaat aangewezen worden. In het CV zal het minimale antwoord staan, met eventueel nog wat woorden eromheen (tussen haakjes) die niet verplicht maar ook niet storend zijn.
NB: dat leerlingen bij citeervragen naar slechts een woord/uitdrukking etc. toch vaak een hele zin opschrijven omdat ze dat gewend zijn, is geen argument om meer dan wat in het CV staat goed te keuren. Dit type citeervragen vraagt om een precies antwoord. Het examen bestaat uit een mix aan vraagsoorten en bevat opgaven van verschillend niveau. Een vraag naar slechts een deel van een zin dient ook beantwoord worden met slechts een deel van een zin.
Let op: Als er inhoudelijke argumenten zijn om het antwoord zoals in het CV staat te veranderen, dan kan dat bij het CvTE onder de aandacht gebracht worden via een mail, maar zolang er geen officiële mededeling is gedaan vanuit CvTE dienen deze vragen te worden gescoord conform het correctievoorschrift.
Kort antwoord vragen
Bij een kort antwoord vraag is doorgaans het antwoord een nummer van een bepaalde alinea of bij keuze uit verschillende reacties de naam van een bepaalde briefschrijver of een tussenkopje uit een lijst kiezen, etc.
Ook bij dit type vragen geldt dat als de kandidaat zich niet strikt aan de instructie heeft gehouden, maar wel duidelijk het correcte antwoord heeft geselecteerd, het antwoord als correct mag worden genoteerd. Dit alles natuurlijk wel op voorwaarde dat hierover, ondanks de afwijkende manier van noteren, geen twijfel mag zijn.
Let op: Uiteraard kunnen inhoudelijke twijfels bij het juiste antwoord dan wel alternatieve goede antwoorden bij CvTE worden aangekaart, maar het correctievoorschrift is leidend zolang er vanuit CvTE geen officiële aanvulling is.
Echte open vragen
De vragen die veruit de meeste dilemma’s opleveren zijn de echte open vragen: vragen waarbij de kandidaten zelf een antwoord moeten formuleren. Bij echte open vragen willen we kunnen checken of ze de informatie ook daadwerkelijk begrepen hebben of uit een groter geheel de details kunnen selecteren die het antwoord zijn op een bepaalde vraag, dan wel de boodschap van een voorbeeld kunnen veralgemeniseren of belangrijke punten kunnen samenvatten. Dat is de reden dat deze vragen in het Nederlands beantwoord moeten worden.
Leenwoorden die ondertussen vaak in het Nederlands gebruikt worden hoeven door de kandidaat niet vermeden te worden, en eventuele begrippen uit een andere taal die gemeengoed zijn natuurlijk ook niet. Maar wat expliciet niet de bedoeling is, is dat de kandidaat stukken uit de tekst overschrijft.
Helaas kunnen we in het CV niet alle mogelijke formuleringen van een goed antwoord opnemen. Vandaar ook de opmerking in het CV dat we slechts duidelijk kunnen maken wat de strekking van een goed antwoord moet zijn, met daaronder een voorbeeldantwoord. Hier zal de corrector zelf eerst goed vraag en strekking moeten bekijken om de antwoorden van de leerling te kunnen beoordelen. Daarnaast kan dit type vraag soms ook beantwoord worden op een manier die niet van tevoren is voorzien, maar toch correct kan zijn op inhoudelijke gronden. Regel 3.3 geeft ruimte om dit soort antwoorden dan ook als juist te scoren. Maar let op, het antwoord moet dan ook inhoudelijk correct zijn en eerste en tweede corrector moeten daar dan ook overeenstemming over hebben.
Het antwoord moet op inhoudelijke gronden beoordeeld worden en niet op formulering. Spel- en grammaticafouten worden de kandidaat niet aangerekend, uiteraard op voorwaarde dat duidelijk is dat het antwoord inhoudelijk correct is.
NB: regel 3.3 is niet bedoeld om half goede of zelfs inhoudelijk foute antwoorden te belonen of vragen die men te moeilijk acht, soepeler te scoren.
Let op: Als CvTE naar aanleiding van signalen uit het veld besluit dat een aanvulling op het correctievoorschrift nodig is, dan zal dat middels een officiële mededeling gebeuren.
Er worden meerdere antwoorden gevraagd maar ze staan niet bij het juiste nummer op het antwoordblad
Het antwoordblad zou de beantwoording en de correctie moeten vereenvoudigen. Helaas kan het soms juist ook aanleiding vormen voor problemen. Hoe bijvoorbeeld te handelen als de kandidaat voorgedrukte nummertjes negeert of twee antwoorden achter een nummer zet?
Het belangrijkste uitgangspunt is dat er scorepunten worden toegekend aan duidelijk correcte antwoorden.
Als de kandidaat noteerinstructies heeft genegeerd, maar het antwoord wel eenduidig te beoordelen is, gaat inhoud boven de manier waarop het antwoordblad is ingevuld.
Als er om twee redenen/citaten/etc. wordt gevraagd en er staan daarvoor twee nummers op het antwoordblad, maar beide antwoordelementen staan achter nummer 1 en geen achter nummer 2 (of omgekeerd) dan kunnen ze eenduidig als twee aparte antwoordelementen worden gescoord. Het wordt lastiger als er twee achter nummer 1 staan en dan ook nog een achter nummer 2 (of omgekeerd). De volgende regel kan dan helpen:
3.5 indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;
Deze regel zegt verder niets over waar dat antwoord dan genoteerd staat. Het antwoordblad, inclusief eventuele voorgedrukte nummers, is slechts een hulpmiddel. Het belangrijkste uitgangspunt is dat de beoordeling geschiedt op basis van inhoudelijke criteria.